Wetgeving
FAQ wetgeving VS
De cumulatieve voorwaarden zijn:
- in het bezit zijn van een diploma bachelor in de verpleegkunde of titel van verpleegkundige verantwoordelijk voor algemene zorg (VVAZ) zoals bedoeld in artikel 45, § 1 en
- in het bezit zijn van een masterdiploma in de verplegingswetenschap dat voorbereidt op de functie van verpleegkundig specialist en
- het bewijs leveren dat je in de laatste vijf jaar voor de datum van de erkenningsaanvraag gedurende ten minste 3000 effectieve uren in een bepaalde zorgcontext of specialisatiedomein hebt gewerkt als VVAZ
Ter info:
- Iemand die voltijds tewerkgesteld is, presteert ongeveer 1500-1700 uren op jaarbasis.
- Voor een VS functie binnen het specialisatiedomein wondzorg kan klinische ervaring als VVAZ op een heelkundige afdeling of brandwondencentrum bijvoorbeeld als relevant beschouwd worden.
Tijdens de periode van 1 januari 2025 tot 31 december 2028 zal het echter ook mogelijk zijn om een erkenning als verpleegkundig specialist aan te vragen op basis van tijdelijke overgangsmaatregelen, deze zijn:
- in het bezit zijn van een diploma bachelor in de verpleegkunde of titel van verpleegkundige verantwoordelijk voor algemene zorg (VVAZ),
- en in het bezit zijn van een masterdiploma in de gezondheidswetenschappen*
voorbeeld: master in management en beleid van de gezondheidszorg, master of science in de gezondheidsvoorlichting en -bevordering,
- en beschikken over de competenties met betrekking tot de rol van verpleegkundig specialist in lijn met het competentieprofiel zoals vastgesteld door de Federale Raad voor Verpleegkunde (https://www.health.belgium.be/nl/verpleegkundig-specialist)
- en het bewijs leveren dat men in de laatste vijf jaar voorafgaand aan 1 januari 2025 gedurende minstens 3000 effectieve uren in een bepaalde zorgcontext of specialisatiedomein heeft gewerkt met uitoefening van de VS competenties.
*De regelgeving voorziet niet in een lijst van diploma’s. De erkenningscommissie zal bepalen of jouw diploma aansluit bij een master in de gezondheidswetenschappen.
Wie reeds als verpleegkundig specialist werkzaam is, maar niet beschikt over een masterdiploma in de verplegingswetenschap dat voorbereidt op de functie van verpleegkundig specialist maar wel over een masterdiploma in het domein van de gezondheidswetenschappen, kan vanaf 1 januari 2025 tot en met 31 december 2028 een beroep doen op overgangsmaatregelen om toch het statuut van verpleegkundig specialist te bekomen.
U kan gelijkgesteld worden indien u voldoet aan volgende cumulatieve voorwaarden:
1) aantonen dat men beschikt over de competenties van verpleegkundig specialist zoals bepaald in het competentieprofiel vastgesteld door de Federale Raad voor Verpleegkunde
2) op het moment van de aanvraag bewijzen dat men tijdens de laatste 5 jaren voorafgaand aan 1 januari 2025, gedurende minstens 3000 effectieve uren in een functie heeft gewerkt in een bepaalde zorgcontext of specialisatiedomein waarin de bekwaamheden werden uitgeoefend zoals bepaald in het competentieprofiel van de verpleegkundig specialist.
Het verzoek om gebruik te maken van deze overgangsmaatregel en erkenning te verkrijgen als verpleegkundig specialist moet uiterlijk op 31 december 2028 worden ingediend bij de Vlaamse overheid.
U krijgt de erkenning om de titel van verpleegkundig specialist te dragen voor onbepaalde duur, maar om ze te behouden dient u te voldoen aan de volgende twee voorwaarden:
- u volgt een permanente vorming over de kennis en bekwaamheden van de verpleegkundig specialist om de verpleegkundige zorg te verstrekken volgens de evolutie van de verpleegkundige wetenschap en zo uw kennis en bekwaamheid te onderhouden en te ontwikkelen. Deze permanente vorming omvat ten minste 80 effectieve uren per periode van vier opeenvolgende volledige jaren
- u hebt tijdens de afgelopen vier jaar ten minste 1500 effectieve uren gewerkt als verpleegkundig specialist
Een aanvraag voor een erkenning kan ingediend worden bij het Departement Zorg.
Meer info over de procedure van de aanvraag: https://www.vlaanderen.be/een-erkenning-aanvragen-als-verpleegkundig-specialist

Het portfolio toont je bekwaamheid aan als VS en dat in alle kerncompetenties. Dit betekent dat het portfolio o.a. volgende zaken bevat: diploma’s of certificaten van opleidingen, visum, bewijs van permanente vorming, werkgever(s), klinische expertise, eigen realisaties binnen kwaliteits- en onderzoeksprojecten, lidmaatschappen, publicaties, lezingen, abstracts, lesopdrachten, enz.
De BVVS biedt een sjabloon of een kapstok in Microsoft Excel® dewelke verpleegkundig specialisten kunnen gebruiken ter ondersteuning van de opmaak van hun portfolio (zie pagina Wat is een VS). BVVS-leden kunnen ook gebruik maken van het (e)portfolio van Medbook. Als lid ontvang je het eerste jaar een gratis account, en vanaf jaar 2 een account aan de helf van de prijs.
Van de FOD Volksgezondheid en het RIZIV wordt ook een portfolio aangeboden en dit binnen het platform ProGezondheid. Dit platform geldt niet enkel voor de VS maar voor alle gezondheidszorg beoefenaars.
In je portfolio kan je aangeven hoeveel jaren werkervaring je hebt en aan welk tewerkstellingspercentage. Beschrijf de specifieke klinische activiteiten die je uitvoert, inclusief de frequentie (bv. dagelijks of wekelijks) en context waarin je deze handelingen verricht. Vermeld ook eventuele protocollen of richtlijnen die je volgt. Zorg ervoor dat je alle relevante diploma’s, certificaten en bewijsstukken van bijscholing en trainingen m.b.t. de klinische activiteiten opneemt. Training on the job is eveneens waardevol om op te nemen. Verzamel en documenteer feedback van collega’s en supervisors. Positieve evaluaties en aanbevelingen kunnen je portfolio versterken.
Afhankelijk van de zorgsetting of het specialisatiedomein waarin de VS actief is, kan hij of zij de volgende (bijkomende) activiteiten uitvoeren in het kader van de opvolging van een patiënt:
- beslissingen nemen en handelingen verrichten inzake medische diagnostiek, medische behandeling en opvolging van de totaalzorg van de patiënt na een primair door de arts gestelde diagnose en behandeling
- doorverwijzen van patiënten naar andere gezondheidszorgbeoefenaars
- voorschrijven van geneesmiddelen en gezondheidsproducten
- opstellen van medische attesten
- beslissingen nemen inzake opname en -ontslagplanning
De verpleegkundig specialist kan de klinische activiteiten en medische handelingen autonoom uitoefenen in de zorgcontext of het specialisatiedomein waarin hij of zij actief is, onder voorbehoud van de volgende beperkingen:
- het betreft routinematige klinische activiteiten of routinematige medische handelingen
- het betreft klinische activiteiten of medische handelingen van een beperkte medische complexiteit zoals omschreven in de interprofessionele samenwerkingsovereenkomst (IPSO)
- het betreft klinische activiteiten of medische handelingen waarvan de risico’s te overzien zijn. Deze risico’s worden omschreven aan de hand van waarschuwingscriteria die nader worden omschreven in de interprofessionele samenwerkingsovereenkomst.
Deze activiteiten zijn afhankelijk van een duidelijke en geformaliseerde interprofessionele samenwerkingsovereenkomst tussen de verpleegkundig specialist en de arts. Deze IPSO dient periodiek geëvalueerd en bijgestuurd te worden.
Dit zijn klinische activiteiten en/of medische handelingen die volgens een bepaalde routine of gewoonte worden uitgeoefend. Hierbij moet rekening worden gehouden met de context waarbinnen de klinische activiteiten en/of medische handelingen worden uitgeoefend.
Deze overeenkomst dient te worden opgemaakt met de zorgverleners betrokken bij de medische handelingen en activiteiten waarover er afspraken gemaakt moeten worden. In de meeste gevallen zullen dit de betrokken artsen zijn, de verpleegkundig specialist(en) maar evenzeer de leidinggevende(n) en/of de verantwoordelijken van het team/organisatie. Tenslotte stelt het KB dat ook de werkgever betrokken partij is in de opmaak van een IPSO, dit met het oog op het bewaken van de verantwoordelijkheden, arbeidsrelatie en aansprakelijkheid.
Een interprofessionele samenwerkingsovereenkomst zal periodiek moeten worden gerevalueerd. De termijn hiervoor is niet vastgelegd in de nieuwe wetgeving en zal wellicht afhankelijk zijn van verschillende factoren (bv. werkcontext die wijzigt, leercurve van de VS, wensen van de werkgever).
Neen, de klinische rol staat centraal in een IPSO. Andere rollen moeten visibel zijn maar bij voorkeur via andere kanalen (portfolio, functiebeschrijving). Ook worden de VS rollen benoemt in de BVVS wegwijzer voor het opstellen van een IPSO in deel 1.
Een uniforme IPSO zorgt voor duidelijkheid, continuïteit en kan een leidraad zijn binnen een team, met een gedeelde basis van handelingen. Echter, de persoonlijke bekwaamheden, ervaring (junior versus senior) en specifieke expertise (zoals zeldzame aandoeningen) kunnen verschillen tussen verpleegkundig specialisten. Daarom moet er ruimte zijn voor aanpassing per individu, met een balans tussen uniformiteit en maatwerk.
Het KB definieert volgende aspecten inzake aansprakelijkheid:
- Elke betrokkene binnen de IPSO moet de wetgeving respecteren en is juridisch verantwoordelijk voor de handelingen en activiteiten die hij/zij uitoefent, en dit volgens de contouren die wettelijk vastliggen rond de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg.
- In risicosituaties moet de verpleegkundig specialist handelen onder supervisie van de arts. Deze situaties worden periodiek beoordeeld door arts en verpleegkundig specialist en het werkkader kan in overeenstemming met de bekwaamheid van de verpleegkundig specialist aangepast worden conform de modaliteiten die zijn afgesproken over de herziening van de interprofessionele samenwerkingsafspraken en de mogelijkheden tot bijsturing.
- Er moet rekening gehouden worden met de verantwoordelijkheden in het kader van een arbeidsrelatie en/of het aansprakelijkheidsrecht. Zelfstandige zorgverstrekkers moeten in dit verband beschikken over een eigen verzekering ter dekking van de risico’s die zich in dit verband kunnen voordoen.
- Conform de bepalingen van de wet inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg wordt het toezicht uitgeoefend door de Federale Commissie voor toezicht op de praktijkvoering in de gezondheidszorg.
Het zal (zoals altijd in vraagstukken rond aansprakelijkheid) afhangen van de feitelijke omstandigheden. Welke fout(en) of foutieve inschatting(en) heeft/hebben aanleiding gegeven tot de schade die werd geleden?
Zelfstandige zorgverstrekkers moeten in dit verband beschikken over een eigen verzekering ter dekking van de risico’s die zich in dit verband kunnen voordoen.
Werknemers vallen onder de bestaande verzekering van de werkgever. Het is natuurlijk nooit geen slecht idee om de bestaande verzekering goed na te lezen/controleren op de vernieuwde regelgeving.
Het sjabloon wordt gesuggereerd om op een gestandaardiseerde manier je werkervaring overzichtelijk weer te geven. Dit maakt het voor de commissie eenvoudiger om een correcte beoordeling uit te voeren.
Als je al een portfolio hebt, kun je het sjabloon gebruiken om de grote blokken van je werkervaring te structureren in de tijd. Je kan hierbij verwijzen naar je portfolio.
Een portfolio of een uitgebreid CV kan voldoende zijn, mits het goed gestructureerd is en duidelijk je werkervaring en eventuele ervaring als verpleegkundig specialist weergeeft, met specifieke voorbeelden. Dit betekent dat je niet alleen een algemene functieomschrijving van de organisatie moet indienen, maar dat je het portfolio personaliseert met je eigen specifieke ervaring, specialisatie en werkcontext.
Verder moet het ondertekend zijn door je werkgever, anders wordt het moeilijk om de juistheid van de informatie te verifiëren.
Ja, dit is mogelijk, mits je buitenlandse opleiding voldoet aan de Belgische normen en criteria. De organisatie NARIC (National Academic Recognition Information Centre) speelt een cruciale rol in de erkenning van buitenlandse diploma’s. NARIC beoordeelt in hoeverre je Nederlandse diploma gelijkgesteld kan worden aan een Belgisch masterdiploma in de verplegingswetenschap.
Voor meer informatie, bezoek: NARIC Vlaanderen, https://www.vlaanderen.be/ahovoks/dienstverlening/naric-vlaanderen
Ja, maar als je vanaf 1 januari 2029 een erkenning als verpleegkundig specialist wilt aanvragen en je hebt een diploma master in bijvoorbeeld beheer en beleid, gezondheidsvoorlichting (GVO) of een andere studierichting, dan moet je een bijkomend diploma master in de verplegingswetenschap kunnen voorleggen volgens de erkenningscriteria van het KB van 14 april 2024.
De Vlaamse universiteiten die een masteropleiding in de verpleegkunde en vroedkunde aanbieden, zullen op basis van je reeds behaalde masterdiploma in de gezondheidswetenschappen nagaan welke vrijstellingen mogelijk zijn. Ze zullen een individueel traject samenstellen met de minimaal te volgen opleidingsonderdelen binnen de master in de verpleegkunde en vroedkunde. Op deze manier is een verkort studietraject mogelijk.
Nee, de erkenning die je krijgt is algemeen en niet specifiek voor een bepaald specialisatiedomein. Bovendien is de erkenning voor onbepaalde duur. Voor het behoud van je erkenning, is het wel belangrijk om te voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
- je volgt een relevante permanente vorming van minstens 80 effectieve uren per periode van 4 opeenvolgende volledige jaren.
- je hebt gedurende de afgelopen vier jaar minimum 1500 effectieve uren gewerkt als verpleegkundig specialist.
Een RIZIV‑nummer is het unieke identificatienummer dat het Rijksinstituut voor Ziekte‑ en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) toekent aan elke zorgverlener die erkend is binnen het Belgische gezondheidszorgsysteem.
Het nummer dient om:
- Zorgverleners officieel te identificeren in alle administratieve en financiële processen van de gezondheidszorg.
- Verstrekkingen en terugbetalingen correct te koppelen aan de bevoegde zorgverlener.
- Communicatie met ziekenfondsen, zorginstellingen en softwarepartners te stroomlijnen (bv. via ProGezondheid of eHealth).
- Bevoegdheidscodes te koppelen aan specifieke handelingen of specialisaties (bv. wondzorg, diabeteseducatie, voorschrijfbevoegdheid).
Kort samengevat:
Het RIZIV‑nummer is de sleutel waarmee een zorgverlener officieel herkend wordt in het Belgische zorgsysteem en waarmee handelingen, terugbetalingen en bevoegdheden administratief worden geregistreerd.
Verpleegkundig specialisten ontvangen een RIZIV‑nummer binnen de bestaande categorie “verpleegkundigen en ermee gelijkgestelden”. Er bestaat dus geen aparte bevoegdheidscode specifiek voor verpleegkundig specialisten.
De bevoegdheidscode 401 is een generieke code die door verschillende verpleegkundigen wordt gebruikt en niet exclusief aan de VS is toegewezen.
Een beperkte groep verpleegkundig specialisten beschikt over een andere bevoegdheidscode dan 401. Dat zijn verpleegkundigen die al een RIZIV‑nummer hadden en die, in het kader van de nomenclatuur, specifieke verstrekkingen mogen uitvoeren (bijvoorbeeld diabeteseducatie of wondzorg).
In het systeem ProGezondheid zijn verpleegkundig specialisten herkenbaar via hun specialiteit. Technisch gezien kent het RIZIV aan elke VS een attribuut (flag) toe waarmee deze beroepsgroep kan worden geïdentificeerd. Dat attribuut wordt ook doorgegeven aan externe partners (zoals ziekenhuizen en software leveranciers) zodat zij de VS correct kunnen onderscheiden van andere zorgverleners.
Kort samengevat:
- Geen aparte bevoegdheidscode voor VS.
- Code 401 blijft generiek.
- VS zijn herkenbaar via een technisch attribuut in ProGezondheid.
- Bepaalde VS behouden hun eerdere bevoegdheidscode (bv. diabetes, wondzorg).
In de basis is het nummer structureel hetzelfde voor alle verpleegkundigen, inclusief verpleegkundig specialisten. Het verschil zit in de bevoegdheidscodes die eraan gekoppeld kunnen zijn.
Bij thuisverpleegkundigen is het RIZIV‑nummer verbonden aan specifieke verstrekkingen en terugbetalingen binnen de nomenclatuur. Sommige thuisverpleegkundigen beschikken over bijkomende bevoegdheidscodes omdat ze, na een erkende bijkomende opleiding (bv. wondzorg, diabeteseducatie, palliatieve zorg), specifieke handelingen mogen uitvoeren.
Bij verpleegkundig specialisten is het RIZIV‑nummer gekoppeld aan de categorie “verpleegkundigen en ermee gelijkgestelden”. Zij krijgen een generieke bevoegdheidscode die hun specifieke klinische en voorschrijfbevoegdheden aanduidt, zoals vastgelegd in het Koninklijk Besluit van 14 april 2024.
Kort samengevat:
Het RIZIV‑nummer zelf is hetzelfde, maar de bevoegdheidscodes bepalen welke handelingen en terugbetalingen aan dat nummer verbonden zijn.
Om als verpleegkundig specialist geneesmiddelen te mogen voorschrijven, moeten twee wettelijke voorwaarden vervuld zijn:
- Erkenning als verpleegkundig specialist
Je moet officieel erkend zijn als VS door het Departement Zorg van de Vlaamse overheid. Na erkenning ontvang je een persoonlijk RIZIV‑nummer binnen de categorie “verpleegkundigen en ermee gelijkgestelden”.
- Ondertekende interprofessionele samenwerkingsovereenkomst (IPSO)
Voorschrijven kan enkel binnen het kader van een ondertekende IPSO tussen de verpleegkundig specialist en één of meerdere artsen. Deze overeenkomst bepaalt de afspraken over samenwerking, verantwoordelijkheden en supervisie en vormt de wettelijke basis voor het voorschrijven.
De inhoudelijke voorwaarden (zoals het voorschrijven van routinematige handelingen van beperkte complexiteit en met overzienbare risico’s) zijn vastgelegd in het Koninklijk Besluit van 14 april 2024. 👉 Raadpleeg dit KB voor de volledige juridische bepalingen rond voorschrijven door verpleegkundig specialisten.
Ja. Het Koninklijk Besluit van 14 april 2024 bepaalt dat de verpleegkundig specialist binnen zijn of haar specialisatiedomein zelfstandig geneesmiddelen kan voorschrijven. Deze bevoegdheid wordt uitgeoefend binnen de grenzen van de eigen expertise en volgens de voorwaarden vastgelegd in de interprofessionele samenwerkingsovereenkomst (IPSO). [health.belgium.be]
De IPSO blijft daarbij een essentieel onderdeel van de praktijk. Hierin worden afspraken vastgelegd over de samenwerking tussen de verpleegkundig specialist en de betrokken arts(en), waaronder eventuele afspraken over opvolging, overlegmomenten en afbakening van de voorschrijfpraktijk.
Op dit moment is het voorschrijven door verpleegkundig specialisten in de praktijk beperkt tot geneesmiddelen waarvoor geen specifieke terugbetalingsvoorwaarden gelden. Dit komt overeen met de geneesmiddelen die vaak omschreven worden als “hoofdstuk I-geneesmiddelen“. Lijst van farmaceutische specialiteiten – de hoofdstukken | RIZIV
Geneesmiddelen uit hoofdstuk IV (bv. urokiniase (trombolyticum)) of hoofdstuk VIII van de lijst van vergoedbare farmaceutische specialiteiten zijn dus momenteel niet mogelijk om voor te schrijven door de VS.
Daarnaast voorziet het KB ook een bevoegdheid tot het voorschrijven van gezondheidsproducten, maar de praktische en administratieve implementatie hiervan is momenteel nog niet volledig uitgewerkt. Hierdoor is dit tot op vandaag nog niet operationeel in de praktijk.
Er bestaat dus een verschil tussen wat mogelijk is volgens het KB en wat administratief of technisch reeds ondersteund wordt binnen het huidige RIZIV-systeem.
Ja. Voor verpleegkundig specialisten geldt dezelfde regelgeving rond elektronisch voorschrijven als voor andere erkende voorschrijvers van geneesmiddelen in de ambulante zorg. Geneesmiddelenvoorschriften worden in principe elektronisch opgesteld via Recip-e. [riziv.fgov.be], [ehealth.fgov.be]
Verpleegkundig specialisten hebben hiervoor toegang tot Recip-e. Via de software van de organisatie kunnen elektronische voorschriften aangemaakt en doorgestuurd worden naar de apotheek van de patiënt. ([recip-e.be] (Julie: ik vind niet terug hoe dit dan precies in elkaar zit)
Belangrijk Voor geneesmiddelen waarvoor een terugbetalingsattest vereist is, blijft tussenkomst van een arts momenteel noodzakelijk. [riziv.fgov.be]
Ja, maar dit vereist dat de verpleegkundig specialist als voorschrijver geregistreerd is binnen het elektronisch patiëntendossier (EPD) van de organisatie. Informeer dus bij je ICT-dienst of software beheerder welke stappen hiervoor gezet moeten worden.
Binnen verschillende grote EPD-platformen (NexUZ, HIX) werden verpleegkundig specialisten ondertussen reeds toegevoegd als erkende voorschrijvers. Toch raden we aan om tijdig contact op te nemen met de ICT-dienst of software beheerder van je organisatie om na te gaan welke stappen nog nodig zijn.
Het RIZIV voorziet momenteel enkel terugbetaling voor geneesmiddelen die vallen onder hoofdstuk I van de vergoedingsbasis.
Wanneer een verpleegkundig specialist een geneesmiddel uit dit hoofdstuk voorschrijft, blijft de terugbetaling voor de patiënt behouden.
Voor geneesmiddelen buiten hoofdstuk I is de terugbetalingsregeling nog niet volledig uitgewerkt. Het RIZIV werkt samen met de FOD Volksgezondheid aan de verdere implementatie van deze voorschrijfbevoegdheid en de bijhorende administratieve aanpassingen.
De BVVS onderhoudt een actieve dialoog met het RIZIV over de verdere uitwerking van het voorschrijven door verpleegkundig specialisten (VS).
Het bestuur volgt de evolutie op de voet en informeert op regelmatige basis naar de stand van zaken. In deze communicatie worden ook kabinetsmedewerkers van de FOD Volksgezondheid betrokken om afstemming tussen beleid en praktijk te verzekeren.
Daarnaast koppelt de BVVS signalen en bezorgdheden uit het werkveld systematisch terug aan de contactpersonen binnen het RIZIV. Zo fungeert de vereniging als brug tussen beleid en praktijk, met als doel een transparante en werkbare implementatie van de voorschrijfbevoegdheid voor verpleegkundig specialisten.